mijn ervaring
Dementie

'We hebben zo lang mogelijk thuis voor mijn vader gezorgd, maar sinds een jaar woont hij in een verpleeghuis.'
Mustafa vertelt over zijn vader die dement is.

Steeds meer vergeten

'Toen mijn vader zeventig werd zag ik bij hem in de keuken allemaal briefjes op het aanrecht liggen. 'Gas uit doen,' stond daarop. En ook een lijstje met alle namen van zijn kinderen en kleinkinderen. Ik vroeg hem waarom hij al die lijstjes maakte. "Ik word ouder," zei hij. "En ik vergeet alles". Hij lachte erbij en ik moest ook lachen. Ik dacht: zo gaat dat als je ouder wordt. Maar de vergeetachtigheid werd steeds erger.'

Hij wist niet meer wie ik was

'Op een dag kwam ik op bezoek en hij zei: "Oh Said, wat ben ik blij dat je er bent. Waarom kom je zo weinig langs!"
Ik was verbaasd, want Said is mijn oom en die is vijf jaar geleden overleden. Ik zei: Ik ben Said niet, ik ben je zoon, Mustafa, maar hij luisterde niet. Hij werd zelfs boos en zei: "Je komt nooit meer langs, waarom niet, wat heb ik je misdaan!" Ik begreep er niets van. Mijn zus vertelde over haar buurvrouw die in een jaar tijd steeds meer in de war raakte en zelfs een keer vergat zich aan te kleden. En ik zei: die vrouw was gewoon gek. Dit is onze vader, onze vader is niet gek!'

Verdwaald

'Op een dag ging mijn vader naar de markt. Hij liep door de straat en wist ineens niet meer waar hij was. Hij belde aan bij een huis en vroeg waar hij was. Toen de man die open deed aan hem vroeg waar hij moest zijn, wist hij alleen nog de naam van de straat waar hij geboren was. In Fez. De politie werd gebeld en zij brachten mijn vader thuis. Ze zeiden: "Uw vader moet naar de dokter. Hij is in de war".'

Thuis, of een verpleeghuis

'In het ziekenhuis zeiden de artsen dat mijn vader dement werd. We mochten hem niet meer alleen thuis laten. En hij mocht ook niet meer alleen naar buiten. De arts vertelde dat het steeds erger zou worden, dat er geen medicijnen voor waren en dat hij het beste in een verpleeghuis kon gaan wonen. Dat wilden we niet. Een goede Marokkaanse familie zorgt voor hun ouderen. We hebben nog twee jaar thuis voor hem gezorgd. De thuiszorg kwam ons helpen. En elke dag was er een van ons bij hem. Maar uiteindelijk ging het niet meer. Ik kan mijn baan niet opzeggen. En mijn broers en mijn zus ook niet. We hebben ook nog onze eigen gezinnen om voor te zorgen. Nu woont hij in een verpleeghuis en gaan we heel vaak op bezoek.'